Een Britse traditie op Witte Donderdag: Maundy Money

De Britse koninklijke familie heeft op Witte Donderdag – in Engeland Maundy Thursday genoemd – een traditie die al eeuwen terug gaat: het uitdelen van geld, het zogenaamde Maundy Money.

Het idee achter deze traditie (en ook de benaming Maundy) stamt af van de opdracht (in het latijn mandatum) om elkaar lief te hebben die Jezus geeft aan zijn apostelen tijdens het Laatste Avondmaal. Na het maal wast Jezus de voeten van de apostelen en geeft de opdracht om zijn voorbeeld te volgen en elkaars voeten te wassen.

In de vierde of vijfde eeuw zijn er al bronnen die melden dat kerkleiders op Witte Donderdag de voeten wasten van de armen. De Britse koning John (John Lackland/Jan zonder Land) is de eerste Engelse koning die op Witte Donderdag 15 april 1210 kleding, bestek en andere giften schenkt aan de armen. Koning John is ook de eerste Engelse koning die geld – ‘Maundy Money’ – geeft aan de armen. Bronnen uit 1213 vertellen hoe hij dat jaar 13 pence uitdeelt aan elk van de 13 uitgekozen armen. Het nummer 13 stond symbool voor de 12 apostelen en Jezus.

Koning Henry Ⅳ van Engeland was de koning die de traditie begon dat het bedrag dat werd uitgedeeld hetzelfde moest zijn als de leeftijd van de koning, evenals het aantal mensen die de gift kregen. Maar naast de koning konden ook edelen een dergelijke ceremonie houden. Zo had Henry Percy, de vijfde graaf van Northumberland een eigen ceremonie waar hij ‘Maundy Money’ uitdeelde aan enkele armen.
Koningin Mary Ⅰ is de eerste Britse vorst waarover geschreven wordt dat die ook de voeten van de armen waste. Zij gaf ook haar eigen jurk aan de vrouw die het armst van allen was. Een aantal jaren later werd dat gebruik vervangen door het geldbedrag van 1 pond, omdat Mary niet kon aanzien dat iedereen probeerde de jurk te bemachtigen.

Koning James Ⅱ was de laatste koning die de voeten van de armen waste. Vanaf koning George Ⅰ ontvingen zowel mannen als vrouwen ‘Maundy Money’. Voorheen kregen alleen mensen van hetzelfde geslacht als de koning deze gift, en in de praktijk waren dat altijd mannen. Het gebruik van het geven van kleding stierf echter vanaf dat moment uit: mensen trokken namelijk de kleding meteen aan of probeerden kleding die niet paste om te ruilen. Maar dat vond men in een kerk niet zo gepast. Het geven van kleding werd vervangen door het geven van een extra geldbedrag.
Koning William Ⅳ schafte in 1837 het gebruik van het geven van eten af, aangezien men het eten later probeerde door te verkopen. Ook hiervoor kwam een extra geldbedrag in de plaats.

In het begin van de 20ste eeuw woonde een lid van de Britse koninklijke familie af en toe de ceremonie en kerkdienst op Witte Donderdag bij. Koningin Elizabeth Ⅱ heeft sinds dat ze de troon heeft bestegen de ceremonie en kerkdienst slechts vier keer gemist. Twee keer omdat ze recent bevallen was en twee keer omdat ze op reis was in het Britse Gemenebest. Ze beschouwt het als een belangrijk onderdeel van haar geloofsleven.

Tegenwoordig zijn het geen armen meer die de gift krijgen, maar mensen die door voorgedragen worden omdat ze iets voor hun kerk of gemeenschap betekend hebben. De kerkdienst en het uitdelen van de giften gebeurt steeds op een andere plek in Engeland. Het aantal mannen en het aantal vrouwen is nog steeds gelijk aan de leeftijd van de koningin.

Het bedrag wat gegeven wordt is 5 pond en 50 pence. 1 pond ter vervanging van de jurk van de koningin (overblijfsel uit de tijd van Mary Ⅰ), 3 pond als symbool voor het geven van kleding en 1 pond 50 als symbool voor het geven van eten. Dit geld wordt gegeven in een rood zakje. De ontvangers krijgen naast dat rood zakje ook een wit zakje. Dit bevat speciaal geslagen munten voor de ceremonie, de zogenaamde ‘Maundy’-munten. Deze speciale munten worden gebruikt sinds 1822 en zijn een wettig betaalmiddel. Maar door het gewicht aan zilver en de gelimiteerde oplage – alleen voor de ontvangers – zijn ze zeer gewild bij verzamelaars.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *